Paniek

Paniek
Het lastige van autisme is dat mensen aan de buitenkant niet zien dat je anders bent. Daardoor reageer je vaak anders dan mensen verwachten en dat levert vaak weer onbegrip op. Zoals bij mijn dochter van 18. Ze woont net op kamers. Dat is voor iedereen spannend en voor haar nog een beetje meer. Een van de dingen die heel belangrijk voor haar waren was het zoeken van een vaste plek voor haar fiets. Een plek waar ze haar fiets makkelijk met een slot kon vastmaken. Op die fiets gaat ze ook naar haar werk bij het Kruidvat. Dat gaat meestal goed, maar soms gebeurt er iets onverwachts. Zoals die ochtend dat ze bij haar fiets kwam en een van de banden leeg stond. Ze raakte in paniek en belde mij: “Je moet me nú komen halen!”. Ik had natuurlijk met haar te doen, maar bleef rustig en vroeg wat er aan de hand was. Ik zei: “Misschien is het alleen het ventiel. Het belangrijkste is nu dat je op tijd naar je werk kunt. Ga maar met de bus. En als je daar bent kun je daar aan iemand vragen of ze een fietsenmaker kennen. Ze ging naar haar werk, kwam onderweg een fietsenmaker tegen en toen ze haar fiets daar later bracht bleek inderdaad alleen het ventiel losgedraaid te zijn.

Iedereen raakt wel eens in paniek, maar bij iemand met autisme gebeurt dat tien tot twintig keer zo snel. En soms gaat dat ook nog gepaard met agressie, fysiek of verbaal. Of ze worden angstig en kunnen of durven helemaal niets meer. Wie dat niet weet denkt al snel dat degene die in paniek raakt zich op zijn minst ontzettend aanstelt.